De Corona-Noodverordening Zuid-Limburg 4.0, geldend tot (incl. updates)…

virus-002

Een van de juridische middelen om het Corona-virus te beteugelen is de Noodverordening. Dit is een regeling die vanuit de zgn. 25 Veiligheidsregio’s  wordt opgesteld en die dus ook per regio kan verschillen. Op basis van die Noodverordeningen kunnen nadere concrete maatregelen worden genomen, zoals bevelen en boetes. Die kunnen dus per regio, gemeente, wijk, gebied (strand, bos enz.) verschillen. Dat maakt het een middel dat gericht kan worden ingezet, maar ook dat het wellicht onduidelijk is wat wel en niet mag.

Hieronder gaat het om de Noodverordening zoals die in de Veiligheidsregio Zuid-Limburg geldt. Op 17 maart werd in Zuid-Limburg de eerste versie van de Corona-Noodverordening bekendgemaakt. Daar was weinig aandacht voor. Premier Rutte richtte zich op 16 maart wel tot het volk, maar zijn oproep leek toch allemaal in de dringend-advies sfeer te blijven. Die aandacht kwam er pas met de persconferentie van het Kabinet van 23 maart. Toen werden zaken aangekondigd (en verder uitgebreid) die eigenlijk al dagen golden; best een gekke volgorde als je er over nadenkt.

Het was een eerste poging om vooral het vormen van grotere groepen (meer dan 100 personen) tegen te gaan. Vanaf het begin ontstond er echter door de gebruikte termen en uitleg onduidelijkheid over wat de overheid in de publieke / openbare sfeer wilde gaan doen.

Artikel 2. Verboden 1. Het is verboden om openbare samenkomsten en vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, samenkomsten in voor het publiek toegankelijke gebouwen en bijbehorende erven en samenkomsten in besloten sfeer te laten plaatsvinden, te (laten) organiseren dan wel te laten ontstaan waar meer dan honderd personen gelijktijdig samenkomen, dan wel aan dergelijke samenkomsten deel te nemen.

de politie gaat niet optreden tegen verjaardagsfeestjes van 3 personen

Opvallend in de tekst was de verwijzing naar samenkomsten  in de besloten sfeer en de uitleg die o.a. burgemeester Bruls van Nijmegen en tevens voorzitter van de 25 Veiligheidsregio’s later op 23 maart gaf, waardoor het leek alsof de overheid hiermee ook kon ingrijpen in de privé-sfeer. De geruststellende woorden dat de politie niet zou gaan optreden tegen verjaardagsfeestjes in de huiskamer als daar meer dan 3 personen aanwezig waren, maakte dat er vanaf het begin onduidelijkheid was (en is) over wat nu wel of niet mocht. Ook omdat hiermee meteen een soort “gedogen” werd geïntroduceerd voor bepaalde situaties; maar dat waren situaties waarin er helemaal geen sprake kon zijn van het overtreden van een regeling die geldt voor de openbare, publieke ruimte.

Om het verspreiden van het Corona-virus tegen te gaan wordt er dus ingezet op het verbieden dat mensen in groepen bij elkaar komen. Is men eenmaal ziek, dan komt de zgn. thuis-quarantaine aan de orde. Die is wettelijk geregeld via de Wet publieke gezondheid en die gaat best ver. Toch is daar in het publieke debat weinig aandacht voor.

Bij groep A horen de ernstige infectieziekten zoals MERS-coronavirus, pokken, polio, severe acute respiratory syndrome (SARS) en virale hemorragische koorts. Als hiervan sprake is kunnen zo nodig wettelijke maatregelen worden opgelegd, zoals gedwongen opname tot isolatie of thuisisolatie, gedwongen onderzoek, gedwongen quarantaine (inclusief medisch toezicht) en verbod van beroepsuitoefening.

Het betekent dat zieke mensen onderzocht mogen worden en ook ergens samen ondergebracht kunnen worden – bijvoorbeeld een kazerne of congrescentrum – om verspreiding van het virus tegen te gaan. Dat is veel ingrijpender dan het verplicht thuis ophokken, waarover nog creatieve Youtube-filmpjes kunnen worden gemaakt. Het is iets anders dan het aan de keukentafel werken waarbij je ’s avonds in elk geval thuis kunt eten, douchen en slapen.

update 4 mei: dit ergens anders in quarantaine zetten is nu dus aan de orde met buitenlandse arbeidskrachten die op een boot in de Arnhemse haven werden ondergebracht. Dat kan dus in principe iedereen overkomen. 

Er volgde een aanzienlijke aanscherping waarbij de grens van 100 personen verviel en de 1,5 meter afstand zijn intrede deed. Deze werden aangekondigd op 23 maart, maar de bijbehorende Noodverordening kwam pas 27 maart. Hier is nog de tekst te vinden van de tweede versie van 27 maart 2020 zoals die in Zuid-Limburg gold.

De regering bemoeide zich ook om een aantal zaken meer helder te maken
– het verschil is publieke ruimte en privé-sfeer,
– het verschil tussen een dringend advies en een verbod,
– de begrippen groepsvorming en samenscholing worden uitgelegd en
– gewezen wordt op het feit dat verboden en boetes vastgelegd (zullen) moeten worden in zgn. noodverordeningen (die per gemeente/regio worden vastgesteld).

Dat het om serieuze maatregelen gaat blijkt uit de eerste zinnen van de toelichting:

Daartoe behoort ook de bevoegdheid om in geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen, dan wel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, algemeen verbindende voorschriften te geven die ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig zijn

Deze Noodverordening pakte juridisch technisch een aantal zaken aan om het verspreiden van het virus te voorkomen en het bleek best lastig om te definiëren voor wie de 1,5 meter afstand-regel niet ging gelden: leden van een een gezamenlijke huishouding en een regeling voor kinderen tot en met 12 jaar. Het is verder een lijst met ondernemingen die helemaal en langdurig dicht gaan en bepaalde beroepen die niet meer mogen worden uitgeoefend. De regering had toen al een paar weken geroepen dat er diverse vormen van steun komt voor deze ondernemers, maar het vorm geven daarvan en het afhandelen van aanvragen duurt inmiddels als enkele weken.

een lockdown werkt, totdat mensen geen eten meer kunnen kopen

De vraag is of bepaalde bedrijven op een gegeven moment  niet noodgedwongen hun activiteiten zullen oppakken.

thuiskappen
bron: gemeente nieuwsbrief Sittard-Geleen

De zgn. sexwerkers bleken al na een paar dagen via een alternatieve route kun werkzaamheden te hebben hervat. Zoiets kan ook bedacht worden door kappers, nagelstylistes, schoonheidsspecialisten, masseurs enz. als de nood voor deze mensen en hun gezinnen maar hoog genoeg wordt. Wat in Afrika geldt, geldt hier ook: een lockdown werkt, totdat mensen honger krijgen.

Als slot op de deur zijn er bestuurlijke boetes geïntroduceerd en de mogelijkheid om gebieden en locaties af te sluiten. Het probleem van de boete heb ik al eerder beschreven. Het sluiten van een onderneming kennen we uit het optreden tegen hennepteelt, waarbij huizen worden gesloten.

Veel aandacht is er voor het ontoegankelijk maken voor ouderenzorg-instellingen – dat nogal wat emoties oproept – en voor het sluiten van de scholen en kinderopvang. Dat beide ouders zouden moeten werken in een zgn. cruciale beroep  blijkt toch geen harde eis:

Als in een gezin 1 ouder een cruciaal beroep heeft of in een vitaal bedrijf werkt, verzoekt de overheid om zelf de kinderen op te vangen als dat kan. Als dat niet lukt, kunnen ouders toch een beroep doen op de noodopvang. Het is dus geen harde eis dat beide ouders een cruciaal beroep uitoefenen of in een vitale sector werken.

Wat er precies met de scholen gaat gebeuren is mij op het moment van het schrijven van dit artikel niet duidelijk.

Het inmiddels weken lang dicht houden van scholen raakt iedereen, maar vooral kinderen met een bijzondere problematiek. Er lijkt echter vooralsnog weinig animo om de ontsnappingsclausule in de regeling te gebruiken om die groep te helpen, via deze uitzondering:

kleinschalig georganiseerde begeleiding van leerlingen voor wie vanwege bijzondere problematiek of moeilijke thuissituatie maatwerk nodig is.

Het zou de overheid moeten zijn om hier het voortouw te nemen om zo centrale, regionale voorzieningen te regelen. Dit kan moeilijk aan individuele scholen worden overgelaten.

Toch is ook hier weer opvallend wat de publiciteit niet bereikte: religieuze bijeenkomsten mogen wel (in aangepaste vorm) doorgaan. Het openbaar vervoer kan  volledig worden stilgelegd:

Dit artikel ziet op de mogelijke beëindiging of beperking van voorzieningen voor het openbaar vervoer, zoals bedoeld in de aanwijzing van 24 maart 2020. Daaronder vallen ook veerboten. Het beëindigen of beperken van voorzieningen voor openbaar vervoer kan bij spoed ook mondeling geschieden (via een bevel).

De Noodverordening 2.0 kreeg een zeer beperkte werkingsduur: Het verbod op evenementen zoals opgenomen in artikel 2.1, derde lid, geldt tot 1 juni 2020. De overige maatregelen gelden in elk geval tot en met 6 april 2020.

niemand lijkt door te hebben dat we inmiddels de derde versie van een Noodverordening hebben

Dus zo kwam stilletjes een derde versie van Noodverordening Veiligheidsregio Zuid-Limburg, vastgesteld op 1 april met een volgens de toelichting wat onduidelijke werkingsduur, en naar mijn mening voor onbepaalde tijd (?):

Het verbod op evenementen zoals opgenomen in artikel 2.1, derde lid, geldt tot 1 juni 2020. De overige maatregelen gelden in elk geval tot en met 6 april 2020.

Daarin kwam verder een toegevoegd artikel over recreatie waarmee het openhouden van ook deze ondernemingen erg moeilijk wordt.

Artikel 2.5a. Verbod sanitaire voorzieningen recreatie

Het is verboden sanitaire voorzieningen in de vorm van gemeenschappelijke toilet-, was- en douchevoorzieningen zowel op of bij recreatieparken, vakantieparken, kampeerterreinen en kleinschalige kampeerveldjes als bij parken, natuurgebieden en stranden geopend te houden.

Mogelijk gebeurt dit met het oog op het komende Paasweekend.

In art 4.2 wordt het aantal toezichthouders uitgebreid:

b. (oud, 27 maart)

alle buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering en alle aangewezen toezichthouders, in dienst van of werkend in opdracht van de gemeenten die deel uitmaken van de veiligheidsregio Zuid Limburg, het Waterschap Limburg, Stichting het Limburgs Landschap, Stichting Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer (voor zover werkzaam in het gebied van de veiligheidsregio);

b. (nieuw, 1 april )

alle buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering en alle aangewezen toezichthouders, feitelijk belast met toezicht en handhaving, en in dienst van of werkend in opdracht van de gemeenten die deel uitmaken van de veiligheidsregio Zuid Limburg, de provincie Limburg, de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg, Rijkswaterstaat, jachtopzichters van de wildbeheerseenheden, het Waterschap Limburg, Stichting het Limburgs Landschap, Stichting Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer (voor zover werkzaam in het gebied van de veiligheidsregio);

En daarnaast – en dat is de meest opvallende uitbreiding in de wijziging van 1 april – kan een nog niet gedefinieerd aantal personen boetes en/of bevelen gaan geven:

d. de voorzitter kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten

Het is wel vreemd dat deze onbeperkte uitbreiding zelfs niet in de toelichting wordt genoemd:

Op basis van de Politiewet 2012 en de Wet veiligheidsregio’s treden de politie en de Koninklijke marechaussee op ter handhaving van deze verordening. Daaronder valt zowel de feitelijke handhaving met behulp van de politie (artikel 172, tweede lid, Gemeentewet jo. artikel 39 Wet veiligheidsregio’s) als de strafrechtelijke sanctionering. Daarnaast worden in artikel 4.2 toezichthouders aangewezen ten behoeve van de mogelijke bestuursrechtelijke handhaving van deze verordening.

Zoals eerder al aangegeven betekent de bestuurlijke handhaving waarvoor gekozen is, dat er weinig rechtsbescherming is. Een onderneming die gesloten wordt kan eigenlijk nergens terecht nu de Rechtbanken zo ongeveer dicht zijn, nog los van de terughoudende toets die in het bestuursrecht niet ongebruikelijk is als de overheid gebruik maakt van bevoegdheden als dwangmiddelen.

Het is nu wachten hoe de dwangmiddelen in de praktijk uitpakken en of ze juridisch overeind blijven. Maar misschien wordt de zgn. intellectuele lockdown een succesformule waardoor die niet nodig blijken zijn. Dat zou fijn zijn. Kijken of we ooit nog eens iets horen over de incidenten in Arnhem en Borne.

Voor wie zich verder wil verdiepen is er een uitgebreid rapport Naar handhaafbare noodbevelen en noodverordeningen, Een analyse van het gemeentelijke noodrecht (Politie & Wetenschap en de Rijksuniversiteit Groningen)  waarbij het mooi is om te zien dat men in 2016 enkel dacht aan het inzetten van dit juridisch middel bij dierziektes en niet aan een pandemie (zie Hfd 15). 

Per 1 mei 2020 ligt er de vierde versie van de Noodverordening. Deze maakt met name het sporten voor jeugdigen en het (deels) openen van scholen en kinderopvang mogelijk. Daar zitten wel wat praktische pijnpunten maar grote juridische problemen liggen daar niet – of wellicht juist wel – omdat de Minister niets dwingend wilde opleggen.

Naar aanleiding van de kritiek die er is geuit rondom de bevoegdheid en het beperken van grondrechten, is aan de grondslag van het handelen in de toelichting extra aandacht besteed. Voor wie daarin geinteresseerd is, is er een hele lijst aan publicaties.

De nieuwe versie probeert niet alleen dat bevoegdheidsprobleem op te lossen maar ook op detailniveau zijn er wat aanpassingen en expliciete regelingen. Bijvoorbeeld waar het gaat om hoe markten georganiseerd moeten worden (art. 2.1a). Eten en drinken op de markt is expliciet verboden.

Verder wordt de publieke ruimte nader opgerekt tot het water (vaartuigen) in art. 1.2. en zijn voetbalwedstrijden (ook zonder publiek) expliciet verboden.

Interessant is de vraag wat precies een individuele medische indicatie is om toch een contactberoep uit te oefenen. Is dit gekoppeld aan een BIG-registratie van de zorgverlener en vallen daar dus alternatieve zorgverleners niet onder ook al wordt die zorg vergoed door een verzekeraar ? Gaat het om een individuele behandeling of een individuele indicatie en hoe zit het dan met groepsbehandelingen zoals gesprekken in de GGZ-sfeer ?

Het oude algehele verbod om zorginstellingen in te gaan heeft plaats gemaakt op een verbod om zonder toestemming van de directie binnen te gaan (art. 2.9).

Het probleem van studentenhuizen en woongroepen – vallen daar ook kloosters onder ? -wordt nog steeds niet opgelost en dus blijft het gemakkelijk om op te treden tegen vooral jongeren.

In de praktijk van het handhaven lijkt overigens vooral gekozen te worden voor voorlichting en het waarschuwen. Pas daarna volgt de (strafrechtelijke) handhaving via boetes. Misschien wel verstandig, omdat er nogal wat vraagtekens worden gezet bij bevoegdheid van allerlei aangewezen ambtenaren tot het de bestuursrechtelijk handhaven en het beperken van grondrechten zonder een wettelijke regeling.

Via art. 5.3 lijkt er een poging te worden gedaan om mogelijke onbevoegd ingezette handhavingsacties alsnog te dekken door deze onder de nieuwe regeling te brengen.

 

(c) dolf gregoire 2020.4 / 5

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s