Wat als PostNL er een zootje van maakt…

En wéér verdwijnt er plotsklaps en zonder communicatie een Postbus-locatie van PostNL. (Zie ook mijn bericht van 23 juni jl. op Facebook https://www.facebook.com/profile.php?id=100059759083074).

In Geleen staat nu een leeg pand. Geen bordje, geen informatie, geen enkel spoor van waar de postbussen en de post naartoe zijn overgebracht.

Begrijpt PostNL wel welke impact dit heeft op zakelijke dienstverleners? Wij ontvangen hier cruciale post voor onze cliënten, afkomstig van overheidsinstanties. Denk aan (aangetekende) stukken voor rechtszaken, bezwaarprocedure bij het UWV of de Belastingdienst.

Wat mij nog het meest verbijstert: grote opdrachtgevers van PostNL — zoals De Rechtspraak, gemeenten, het UWV en de Belastingdienst — blijven angstvallig stil en negeren alle signalen.

Leuk detail: woensdagochtend stond er al een vrachtwagen klaar om de postbus-kasten op te halen, maar de klantenservice van PostNL beweerde donderdag dat men overvallen was door de plotselinge sluiting.

👉 Deel dit bericht

Rechtbank heeft grote twijfels over het per direct stopzetten van WMO-ondersteuning door de gemeente Sittard-Geleen

foto: https://pixabay.com/nl/users/geralt-9301/

Het komt voor dat WMO-begeleiding van de een op de andere dag wordt gestaakt met een beroep op ‘gedrag van de cliënt’ of ‘incidenten’. De vraag die dan opduikt is: kan tegen het op die manier plotseling stoppen van de WMO-ondersteuning bezwaar worden gemaakt ?

De gemeente Sittard-Geleen vond dat de burger geen bezwaar kon aantekenen en verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk – een mooi woord voor ‘het bezwaar slaat nergens op‘ – en de commissie voor bezwaarschriften nodigde de burger niet eens uit voor een hoorzitting.

De Rechtbank Limburg wees de gemeente echter op het ontbreken van dossieropbouw en de schending van de eigen regels uit het “Protocol Zorgweigering en eenzijdige zorgbeëindiging“:

De voorzieningenrechter ziet dat het college diverse acties onderneemt en niet stil zit om voor verzoeker begeleiding te regelen. Tegen deze achtergrond vraagt de voorzieningenrechter zich af of het zinvol is een voorziening te treffen.

Maar aan de andere kant is het zo dat verzoeker op dit moment geen begeleiding heeft, terwijl eerder wel was besproken – zo begrijpt de voorzieningenrechter – dat de begeleiding door Levanto zou doorlopen, tijdens de zoektocht naar een andere begeleider. In het bestreden besluit heeft het college de begeleiding door Levanto echter per direct stopgezet om twee redenen. De eerste reden, de verandering van de ondersteuningsvraag, kan de voorzieningenrechter nog wel volgen op basis van de gedingstukken. Kijkend naar de doelen die in het toekenningsbesluit van 16 februari 2023 zijn opgenomen, dan wijken deze namelijk af van de doelen, zoals deze namens verzoeker zijn geformuleerd in de brief van 10 december 2025. Maar dat dit er ook toe zou moeten leiden dat Levanto de begeleiding niet meer kan geven, ook niet tijdelijk ter overbrugging, is voor de voorzieningenrechter niet duidelijk geworden. Voor de tweede reden, het voordoen van meerdere grensoverschrijdende incidenten, ontbreekt elke feitelijke onderbouwing. Er zijn namelijk geen stukken over het verloop van de begeleiding door Levanto, een beschrijving van de incidenten en waarom deze zo zwaarwegend waren, dat het college hierin aanleiding zag om de begeleiding door Levanto per direct te stoppen. De gemachtigde van het college kon dit desgevraagd niet nader toelichten ter zitting. Ook kon niet worden uitgelegd, waarom de vaste gedragslijn uit het Protocol Zorgweigering en eenzijdige zorgbeëindiging niet is gevolgd. Bij deze stand van zaken heeft de voorzieningenrechter grote twijfels of het bestreden besluit in bezwaar standhoudt

Hopelijk gaat de gemeente Sittard-Geleen nu wel serieus naar het ‘het slaat nergens‘-bezwaar kijken.

zie voor de volledige uitspraak
https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak/?ecli=NL:RBLIM:2026:1579
Eenzijdige stopzetting begeleiding door zorgaanbieder. Verzoeker beoogt snelle hervatting van de begeleiding bij zijn euthanasietraject. Begeleidingsbehoefte niet in geschil tussen partijen. Grondslag voor beëindiging begeleiding vindt geen steun in gedingstukken. Hoewel college welwillend is en bezig is een nieuwe begeleider te zoeken, treft voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.

Prof. Scheltema schetste in zijn “Advies integrale geschilbeslechting in het sociaal domein” zo’n 10 jaar geleden al de problematiek van de rechtsbescherming in de WMO. Op grond van art. 2.1.1 WMO 2015 is het College van B&W verantwoordelijk voor de WMO. Toch zien we in de praktijk, en zelfs in de VNG-modelverordening (de klachtregeling van art. 21) , een neiging om gedoe rond de WMO of onvrede over de uitvoering af te doen als een zaak tussen burger en zorgaanbieder. De gemeenten sturen hun eigen burgers daarmee ten onrechte met een kluitje in het riet en weigeren ten onrechte bezwaren in behandeling te nemen.

(c) gregoiredolf 2026.3

Gedoe met een digitaal loket is geen argument om mensen uit te sluiten…

Uit dit bericht op de website van Vidar (Sittard-Geleen) blijkt dat het aanvragen van een speciaal ov-abonnement voor iedereen met een laag inkomen nog niet mogelijk is. Dat kan alleen als men een uitkering krijgt via de gemeente:

bron: https://vidar.nl/ondersteuning-bij-laag-inkomen/extra-geld-en-hulp-bij-laag-inkomen/dal-vrij-limburg-abonnement/

Daardoor vallen veel mensen buiten de boot: AOW’ers zonder aanvullend pensioen, Wajong’ers, uitkeringsgerechtigden met een aanvulling van het UWV tot het sociaal minimum via de Toeslagenwet-uitkering en ZZP’ers.

Gedoe met een digitaal loket, is geen reden om mensen uit te sluiten van de regeling.

Dat er niet digitaal kan worden aangevraagd, betekent natuurlijk niet dat er helemaal niet kan worden aangevraagd.

Mijn advies zou zijn dat iedereen per brief (met track & trace), per mail (info@vidar.nl) of aan het loket (vraag een ontvangstbewijs) een aanvraag doet en zo kosten die nu gemaakt worden, later kan terugvragen bij de gemeente.

Wel zorgen dat alle bewijzen van het reizen bewaard worden !

(c) gregoiredolf 2026.2

“Aan de Slag”: hoe noodgrepen leiden tot sociale onzekerheid

of hoe een coalitieakkoord een uitholling van de rechtsstaat voor zieke werknemers is

De druk op het UWV is onhoudbaar en de voorgestelde oplossingen lijken logisch op papier: verkort de duur van de loongerelateerde uitkering naar één jaar, stop met herbeoordelingen en gun het UWV meer tijd voor besluiten. Maar wie door de oogharen kijkt, ziet een gevaarlijke valkuil ontstaan. Wat bedoeld is als ontlasting van het systeem, dreigt te eindigen in een fuik waar zieke werknemers niet meer uitkomen en een uitkering op bijstandsniveau en armoede het eindstation worden.

De klok tikt sneller: van rust naar financiële stress

De loongerelateerde uitkering (LGU) is bedoeld om werknemers de nodige financiële ademruimte te geven tijdens hun re-integratie. Door deze periode te halveren of te verkorten tot slechts één jaar, verschuift het accent van herstel naar overleven.

Wanneer een werknemer na twaalf maanden al terugvalt naar de veel lagere vervolguitkering, ontstaat er paniek. Financiële stress is een vijand van re-integratie. Wie zich zorgen maakt over de huur of hypotheek en zorgkosten (met een hoger eigen risico) heeft minder mentale capaciteit om te werken aan fysiek of mentaal herstel. Na de baan, lijkt men alles te verliezen.

Waar het kabinet in wording vreest voor een explosie van de zorgkosten, legt ze hiermee zelf de bom.

Geen herbeoordeling: de stilstand regeert

Het schrappen van herbeoordelingen lijkt een slimme manier om de wachtlijsten bij UWV-verzekeringsartsen weg te werken. De schaduwkant? Een verslechtering wordt niet herkend. Iemand wiens gezondheid achteruit gaat, krijgt niet de steun waar hij recht op heeft. Zonder herbeoordeling wordt de gedeeltelijke WIA een eindstation in plaats van een vangnet.

De beslistermijn als zwart gat

Een langere beslistermijn voor het UWV betekent extra onzekerheid. De eerste beslissing laat langer op zich wachten, het bezwaar loopt langer en de herbeoordeling omdat de gezondheid achteruit is gegaan, wordt genegeerd.

Een te late beslissing, de lange duur van een bezwaarprocedure en – zomaar opeens – is het jaar voorbij en de inkomensachteruitgang is een feit. De lagere uitkering lijkt een voldongen feit, waar de gang naar de rechter nog moet beginnen.

Nee, dan gaan we ons echt beter voelen !

Deze fuik werkt verlammend: er lijkt geen perspectief op een hogere uitkering of mogelijkheid om het recht tijdig te halen en de zieke werknemer zit vast in een bureaucratisch vacuüm waarover hij geen controle meer lijkt te hebben.

Een giftige cocktail

Als we deze maatregelen combineren, ontstaat er een giftige cocktail. We krijgen een systeem waarin de financiële klap sneller komt, de medische situatie niet meer getoetst wordt en de overheid er langer over mag doen om uitsluitsel te geven en de weg naar de rechter als mosterd na de maaltijd voelt.

De effect is dat we de wachtlijsten bij het UWV misschien wel oplossen, maar de maatschappelijke kosten verschuiven naar de Toeslagenwet, gemeenten en de (langdurige) zorg. We creëren geen snellere weg terug naar werk, maar een snellere weg naar de zijlijn.
En niet in de laatste plaats: mensen voelen zich afgedankt !

Dan kun je wel stoer doen over het beschermen van de rechtsstaat, maar wie de combinatie van deze maatregelen ziet, begrijpt hoezeer de rechtsstaat door dit coalitieakkoord wordt uitgehold voor zieke werknemers.

Durf te investeren in de publieke sector – dus ook in het UWV – in plaats van maar wat brallen over een kleinere overheid.

(c) gregoire dolf 2026.2

Staatssecretaris Teun Struycken over af en toe toevoegingen doen…

Staatssecretaris Teun Struycken’s pleidooi in Mr. Online om de ‘denkbeeldige waterscheiding’ tussen commerciële en sociale advocatuur te doorbreken, is wellicht goedbedoeld, maar getuigt van een miskenning van de juridische en maatschappelijke realiteit. Hoewel de extra financiering voor de sociale advocatuur zeer welkom is, is het idee dat deze scheiding ‘kunstmatig’ is, en dat commerciële kantoren zomaar ‘ook toevoegingen’ kunnen doen, te simplistisch en in zekere zin zelfs denigrerend.

‘Een Toevoeging doen’: meer dan een Formulier

De term ‘een toevoeging doen’ wordt hier helaas gebruikt als een allesomvattende, haast bagatelliserende omschrijving van de sociale advocatuur. Dit is onjuist en denigrerend.

‘Een toevoeging doen’ is geen rechtsgebied; het is de financieringswijze voor rechtsbijstand aan minder draagkrachtige burgers. De sociale advocatuur is een complex en gespecialiseerd vakgebied, opererend binnen essentiële rechtsgebieden zoals het sociale zekerheidsrecht, vreemdelingenrecht, personen- en familierecht en het strafrecht. Dit zijn stuk voor stuk gebieden die diepgaande expertise, constante bijscholing en een unieke maatschappelijke betrokkenheid vereisen. Het afdoen als slechts ‘een toevoeging doen’ doet geen recht aan de complexiteit en de cruciale rol van deze advocaten.

foto: https://pixabay.com/nl/users/foto-horst-741862/

Struyckens visie op ‘hybride praktijken’ negeert de financiële en expertise-gerelateerde verschillen. Commerciële advocatenkantoren zijn georganiseerd rondom hoge uurtarieven en complexe zakelijke vraagstukken, variërend van fusies tot internationale contracten. Financieel is het voor hen onhaalbaar om toevoegingszaken te behandelen, wiens vergoedingen nauwelijks de directe kosten dekken, laat staan de overhead van een Zuidas-kantoor.

Omgekeerd zou de suggestie dat een sociaal advocatenkantoor, dat zich specialiseert in bijvoorbeeld sociale zekerheid of asielzaken, ‘er even een overname van een Russische multinational bij doet‘, even absurd zijn. Ze hebben de structuren niet en de cliënten hiervoor zijn al helemaal niet in beeld. De twee werelden zijn gescheiden door fundamentele verschillen in hun praktijkvoering.

De ‘waterscheiding’ is dus geen louter ‘denkbeeldige dijk’, maar een structurele realiteit die is ontstaan door de diverse behoeften binnen onze samenleving en de wijze waarop we toegang tot het recht financieren. De 30 miljoen euro extra is een stap in de goede richting om de sociale advocatuur te versterken. Maar de oplossing ligt niet in het krampachtig willen integreren van onverenigbare praktijken.

Omgekeerd is de suggestie dat een sociaal advocatenkantoor, dat zich specialiseert in bijvoorbeeld sociale zekerheid of asielzaken, ‘er even een overname van een Russische multinational bij doet’, eveneens absurd

De focus moet liggen op het waarderen en versterken van de sociale advocatuur vanuit haar eigen kracht, met eerlijke vergoedingen, betere arbeidsomstandigheden en erkenning van de hoogwaardige, gespecialiseerde juridische hulp die zij levert. Alleen zo waarborgen we een werkelijk toegankelijke rechtsstaat voor iedereen, zonder de essentie van een cruciaal beroep te miskennen.

Dat is een heel andere benadering dan de zaak afdoen met af en toe toevoegingen doen.

(c) gregoire dolf 7.2025

Doe uzelf een plezier: maak meteen bezwaar…

De afgelopen dagen is er veel onrust ontstaan over WIA-uitkeringen die te hoog of te laag zouden zijn. Het lijkt erop dat als u te veel heeft gehad, u dit (deels) moet terugbetalen.

Het UWV geeft aan dat men de komende maanden mensen gaat informeren: https://www.uwv.nl/…/onderzoek-naar-onjuiste-berekening…

Wacht niet met actie ondernemen totdat het UWV aangeeft welk bedrag u moet gaan terugbetalen.





Ik vermoed dat u

1) eerst een brief krijgt van het UWV dat er is mis is en waarschijnlijk wordt daarin uitgelegd waar u wel recht op heeft,
2) dan krijgt u een brief dat u iets moet terugbetalen en
3) dan een brief waarin staat op welke manier u kunt terugbetalen.

Zorg dat u meteen bij de eerste brief bezwaar maakt en niet daarmee wacht totdat brief 2 of 3 volgt.
Als namelijk geen bezwaar wordt gemaakt tegen het verlagen van de uitkering, dan heeft het veel minder zin om bezwaar te maken tegen het bedrag dat u moet betalen of de betalingsregeling.
Het staat dan namelijk al vast dat u te veel heeft ontvangen.

Zeker nu onduidelijk is of er voldoende rekening wordt gehouden met het feit dat u er niets aan kunt doen, moet u het niet laten aankomen op een mogelijk verlaging van het bedrag dat u moet terugbetalen of en gunstige betalingsregeling.

Begin meteen met het bezwaar maken dat uw uitkering zomaar wordt verlaagd. De termijn daarvoor is 6 weken !
Met het bezwaar maken krijgt u ook inzage in de stukken en kunt u zien wat er dan fout is gegaan en of de gegevens die het UWV heeft gebruikt, wel kloppen.

Twijfelt u over de inhoud van de brief van het UWV, vraag dan advies. De bezwaartermijn is 6 weken!

Bij een verlaging van de WIA-uitkering moet ook gekeken worden of u dan recht heeft op een andere aanvullende uitkering, of misschien heeft u dan wel recht op een huur- of zorgtoeslag.
Het is overigens de vraag hoe men dat wil gaan oplossen, want dat kan niet zomaar met terugwerkende kracht.

Het zal duidelijk zijn dat het ook zinvol is om een brief van het UWV te laten controleren als daar in staat dat u recht heeft op een hogere uitkering. Ook dan geldt, dat u niet moet wachten op de brief waarin staat om welk bedrag het gaat.
Laat bij de eerste brief meteen checken of de redenering waarom u te weinig heeft ontvangen, wel klopt. Die redenering bepaalt uiteindelijk hoeveel u nog betaald krijgt. Bezwaar moet binnen 6 weken worden gemaakt.

Ook hier is het afwachten wat er gaat gebeuren met bijvoorbeeld een zorg- of huurtoeslag als u een nabetaling krijgt.

Wacht niet totdat u een brief krijgt van het UWV afdeling Invorderen (UWV VFV). Zodra u van het UWV hoort dat u iets gaat veranderen, komt in u actie.


Laat u niet verleiden tot het wachten op een vervolgbrief waarin staat welk bedrag u moet betalen!

Zo herkent u een brief van de afdeling Invorderen (Afdeling VFV) . In zo’n brief wordt dan verwezen naar een eerdere brief van het UWV waarmee dan – als u geen bezwaar heeft gemaakt – vast staat dat u een bedrag moet terugbetalen.

Het veranderende narratief in de zaak van Mikael…

Met het suggereren dat (de moeder van) een jeugdige asielzoeker zelf een situatie van langdurige onzekerheid heeft gecreëerd, trachtte minister Faber de schuld bij de vreemdeling te leggen. Impliciet sprak ze van onverantwoordelijk gedrag van de ouder. Deze uitspraken werden kritiekloos door de media doorgegeven aan het Nederlandse volk.

Waarover ik mij vooral verbaas – en wat illustreert hoe snel we nog maar een paar weken na het aantreden van dit kabinet al zijn afgegleden – is dat geen aandacht wordt besteed aan het feit dat bij de Rechtbank de zaak door staatssecretaris Van der Burg – die een uiterst aimabele Zomergast mocht spelen; wat zal-ie blij zijn dat het al achter de rug was – verloren werd en Van der Burg deze zaak met een paar jaar procederen verlengde:

“Bij besluit van 17 mei 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 7 december 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 19 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.”

(bron: https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@144998/202107947-1-v1/)

Het was daarmee de overheid die koos voor het zich niet neerleggen bij het oordeel van de rechter en een langere procedure. Deze omstandigheden komen niet terug in het publieke debat en beeldvorming over de zaak rond Mikael. De onzekerheid en lange procedure worden in het nieuwe narratief de verantwoordelijkheid van de vreemdeling.

Ik zag enkel op de site van Gave.nl hier aandacht voor:

Extra saillant is, dat het nieuwe kabinet de mogelijkheid van hoger beroep bij de Raad van State wil afschaffen. Een uitspraak van de rechtbank is dan meteen definitief. Het kabinet moet zich wel realiseren dat dit beide kanten op werkt. Ook de IND heeft dan geen mogelijkheid meer van een hoger beroep. Als dit in 2021 al beleid was, had Mikael toen al een verblijfsvergunning gekregen dankzij de voor hem positieve uitspraak van de rechtbank. Misschien moet het nieuwe kabinet hier toch nog eens goed over nadenken.

Hetzelfde zien we inmiddels bij de zgn. asielcrisis: Migratie vernauwen tot asiel en vervolgens een crisis uitroepen: het is radicaal-rechtse volksverlakkerij. Marjolein Faber (PVV) – minister van asiel en migratie – maakt zich er schuldig aan, (Eric Smit op LinkedIn). En een podium wordt de minister kritiekloos gegeven: https://www.telegraaf.nl/nieuws/1025164827/minister-faber-roept-asielcrisis-uit-alles-zit-bomvol.

(c) gregoiredolf 2024.9

De rechter weigert geen uitkering of voorziening…

Als je in het sociaal domein opereert kom je ze met grote regelmaat tegen: beslissingen (op bezwaar) waarbij een aanvraag voor een uitkering niet in behandeling wordt genomen omdat de rechter dat nu eenmaal heeft bepaald of het versoberen van voorziening akkoord wordt bevonden omdat dat op grond van de jurisprudentie mag .

Ik heb dergelijke besluiten altijd vreemd gevonden omdat de wetgever in de Participatiewet (bijstandsuitkering) en de WMO, de gemeentelijke overheid heel veel beleidsruimte heeft gegeven. De bestuursrechter bepaalt daarbij enkel de buitengrenzen in zaken die hem/haar worden voorgelegd. Wat binnen die grenzen beslist wordt is geen probleem en besluiten van het bestuursorgaan die ruimhartiger zijn dan het eigen beleid zullen de rechter niet bereiken. Dus motiveren met omdat de rechter dat vindt, is in elk geval onvoldoende.

In een kwestie over de zgn. individuele inkomenstoeslag waarbij de gemeente een nogal mager armoede-beleid voerde (5 jaar lang niet meer dan 102% van de sociaal minimum), legt de Centrale Raad van Beroep nogmaals uit hoe het zit:

4.6. Artikel 3 van de Verordening is niet in strijd met hogere wetgeving, in het bijzonder niet met het bepaalde in artikel 8 en 36 van de PW. Wat appellanten verder hebben aangevoerd kan niet leiden tot de conclusie dat aan artikel 3 van de Verordening zodanig ernstige gebreken kleven dat dit voorschrift om die reden niet als grondslag had mogen dienen voor het bestreden besluit. Niet in geschil is dat artikel 3 van de Verordening geschikt en noodzakelijk is om het daarmee te dienen doel te bereiken. De PW biedt verder de gemeenteraad veel ruimte bij het invullen van de begrippen langdurig en laag. De keuze om de referteperiode te bepalen op een periode van vijf jaar en laag inkomen te bepalen op 102% van de bijstandsnorm is het resultaat van een politiek-bestuurlijke afweging van belangen die valt binnen de regelruimte van de gemeenteraad. De gemaakte keuze is niet in strijd met de algemene rechtsbeginselen of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zoals in 4.5 is vermeld is het niet de taak van de rechter om de waarde of het maatschappelijk gewicht van de betrokken belangen naar eigen inzicht vast te stellen.  

Naar mijn mening betekent dit overigens wel dat een besluit in het sociaal domein dat (enkel) verwijst naar jurisprudentie – en daarmee enkel naar de buitengrens – voor vernietiging in aanmerking komt vanwege het ontbreken van een deugdelijke motivering. Het bestuursorgaan zal helder moeten maken op basis van welke feiten en welke afweging een politiek-bestuurlijke keuze voor een beleid is gemaakt. Enkel dan kan immers de bestuursrechter nagaan of met het specifieke geval dat hij/zij voor zich krijgt, bij het formuleren van het beleid voldoende rekening is gehouden. Het zicht krijgen op en de onderbouwing van de politiek-bestuurlijke keuze is ook relevant voor wie kiest voor maatwerk en de zgn. omgekeerde toets: wat wil de gemeente, past het beleid bij de grondwaarden van de wettelijke regeling, past het besluit bij wat de gemeente met het beleid nastreeft en is het besluit in het licht daarvan redelijk ?

De redenering van de Centrale Raad van Beroep legt het onderhouden van de verzorgingsstaat en invulling geven aan armoedebeleid terecht terug op het bordje van de bestuursorganen en in het bijzonder bij de politiek-verantwoordelijke gemeenteraden. Zij zijn het en niet de rechter, die een bijstandsuitkering weigert of WMO-voorziening versobert op basis van streng beleid. 

(c) gregoiredolf 2024.8

NIBUD geeft mooi overzicht, maar vergeet wel de belangrijkste tip…

Het Armoedebeleid in Nederland is door Carola Schouten weliswaar meer op de (politieke) kaart gezet, maar het blijft een lappendeken waarbij talloze atlassen bestudeerd moeten worden. Veel regelingen verschillen per gemeente.

Goed daarom dat het NIBUD een overzicht heeft gemaakt waar je als burger zoal aanspraak op kunt maken en deze in begrijpelijke taal uitlegt:

Ook de link naar https://berekenuwrecht.nibud.nl/introductie is handig.

Maar als er één ding is dat ik geleerd heb de afgelopen jaren, is dat aanvragen ten onrechte stranden in het (telefonisch / aan de balie) contact met de gemeente. Soms omdat de gemeente onnodig streng is, omdat de burger niet goed kan aangeven wat zijn/haar situatie is, maar vooral ook om het gewoon ontzettend ingewikkeld is geworden.

Er is dan maar één manier om de gemeente te dwingen echt na te denken over wat er (met een beetje goede wil) kan en dat is dat je als burger vraagt om een schriftelijke beslissing. Altijd!

Je kunt dan nagaan of de gemeente heeft begrepen wat er gevraagd is en of de gegevens (inkomen, leefsituatie enz.) die de gemeente gebruikt heeft, kloppen.
Maar vooral: die beslissing kun je laten bekijken door iemand die er net iets meer vanaf weet (vakbond, Juridisch Loket, wetswinkel, advocaat enz.) en die niet alleen kan nagaan of de beslissing klopt, maar ook of de beslissing wel redelijk is en recht doet aan de situatie.

Dit laatste is steeds belangrijker geworden na de zgn. Toeslagenaffaire. De rechter toetst steeds vaker op redelijkheid en billijkheid. Maar dat kan alleen maar als er een schriftelijk besluit is waar (op tijd) bezwaar en beroep tegen is gemaakt.

Dus: vraag altijd een schriftelijk beslissing !

(c) 2024.8 gregoiredolf